Doelstellingen huiswerk:

1. Huiswerk bevordert de zelfstandigheid van de kinderen.
Zelf verantwoordelijkheid dragen voor het opgedragen werk en het zelf plannen wanneer het gemaakt/geleerd moet worden, biedt zeker kansen om de Huiswerk 2zelfstandigheid te vergroten.

2. Huiswerk beïnvloedt het leerresultaat positief.
Door naast de leertijd op school thuis ook nog bezig te zijn met het inoefenen of herhalen van leerstof wordt het leerrendement vergroot. Ook zit er verschil in de tijd die kinderen nodig hebben om zaken als het leren van de tafels, de spelling of het leren van aardrijkskunde, geschiedenis en biologie onder de knie te krijgen. Kinderen die daarvoor wat meer tijd nodig hebben, kunnen dit compenseren door er thuis wat langer aan te werken.

3. Huiswerk geeft een goede voorbereiding op het voortgezet onderwijs.
In het Voortgezet Onderwijs wordt ervan uitgegaan dat huiswerk maken een logisch verlengstuk is van het dagelijkse schoolbezoek. Als kinderen daar al wat vertrouwd mee raken op de basisschool, zal dat zeker bijdragen aan het zich snel kunnen aanpassen aan de manier van werken op het voortgezet onderwijs.

4. Huiswerk vergroot de betrokkenheid van ouders bij de school en het leren van hun kind.
Huiswerk is een mooie manier om schoolwerk te combineren met het dagelijkse leven thuis:het creëren van een doorlopende lijn tussen school en thuis. Kinderen leren het best als de volwassenen met wie zij samenleven interesse tonen in hetgeen zij doen. De betrokkenheid en stimulans van thuis is de belangrijkste motivator om een kind te laten leren. Daarnaast krijgen ouders door het huiswerk wat thuis gemaakt wordt, beter zicht wat er op school
gebeurt.

Voorwaarden:

1. Een belangrijke voorwaarde voor het meegeven van huiswerk is de motivatie van het kind en de positieve bijdrage van ouders. Kinderen moeten zelf de meerwaarde van huiswerk (h)erkennen en voor ouders is het belangrijk hun kind te motiveren en stimuleren.

2. Kinderen zijn kinderen en moeten tijd hebben om lekker te kunnen spelen. Belangrijk is dus ook met ouders te communiceren wat de beste manier is om thuis met huiswerk om te gaan. Zie hiervoor ook de tips aan het eind van dit document.

3. De leerkracht is verantwoordelijk voor het duidelijk bespreken, opgeven, corrigeren en nabespreken van het huiswerk. Hij/zij zorgt ervoor dat ouders de leerlingen ook kunnen begeleiden door helder te omschrijven op het meegegeven werk of in de agenda wat er van hun kind verwacht wordt. Hierdoor kunnen ouders optreden in het verlengde van de school.

4. Leerkrachten staan altijd open voor een gesprek als ouders constateren dat er iets niet goed gaat met het huiswerk van hun kind (onduidelijkheden; te veel; te moeilijk; geen motivatie; geen tijd etc.).

5. Vanuit school wordt er contact met ouders opgenomen als blijkt dat een leerling regelmatig het huiswerk niet goed maakt of leert. Dit om ouders daarvan in kennis te stellen, maar ook om samen naar oplossingen te zoeken.

Huiswerk 1

Beoordeling van het huiswerk:

Het schriftelijke huiswerk wordt op school door de leerkracht beoordeeld en met de leerling besproken:

1. Is het huiswerk gemaakt volgens de afspraak en op tijd ingeleverd?

2. Ziet het er netjes en overzichtelijk uit?
Als een kind het werk niet af heeft, kan de leerkracht besluiten dit werk nogmaals mee te geven naar huis, zodat het kind het werk af kan maken. Ook het afmaken van het werk na schooltijd behoort tot de mogelijkheden. Ouders worden hier altijd van op de hoogte gesteld. Als dit echter te vaak gebeurt, volgt er een gesprek met het kind. Heeft dit niet het gewenste resultaat, dan wordt er contact met de ouders opgenomen.

huiswerk 3

Tot slot een paar tips voor ouders:

We schreven al eerder dat huiswerk een belangrijke bijdrage levert aan de vergroting van het verantwoordelijkheidsgevoel en zelfstandigheid van de leerlingen. Bij de realisering van dit doel spelen ook de ouders, als pedagogische partner van de school, een belangrijke rol. Kinderen hebben er baat bij als hun ouders regelmatig belangstelling tonen voor het huiswerk en indien nodig ondersteuning bieden. Niet alleen als het tegen zit of als er echte problemen zijn, maar ook als het goed gaat.

Naast het tonen van begrip en belangstelling kunnen ouders:

– Ervoor zorgen dat er voor het kind voldoende tijd (liever niet direct na schooltijd, tenzij het kind dat zelf wel graag wil) is om rustig
het huiswerk te kunnen maken.
– Samen met het kind bepalen hoeveel tijd er nodig is en dan vervolgens samen plannen wanneer het huiswerk dan het beste gemaakt kan
worden. Eventueel samen een rooster opstellen
– Ervoor zorgen dat er een geschikt plekje in huis is, waar het kind een tijd geconcentreerd kan werken. Een geschikte plek is een vaste
plek, waar weinig afleidingsmogelijkheden zijn, die goed van temperatuur is en waar voldoende licht is. Bij het kiezen van een geschikte
plek verdient het aanbeveling het kind hierbij te betrekken.
– Het kind helpen bij het huiswerk. Als kinderen om hulp vragen, is het belangrijk dat die gegeven wordt. Het kind helpen het zelf te
kunnen doen, is daarbij een goed uitgangspunt. Een taak in stukjes verdelen, plannen op welke wijze je iets aan moet pakken, zijn
vaardigheden die in het begin voor een kind heel lastig kunnen zijn. Voor leerwerk geldt dat een kind het meest leert van overhoren. Wat
wel belangrijk is, dat ouders het huiswerk niet verbeteren, slordig werk niet laten overschrijven of zelf geen extra oefeningen geven aan
hun kind.
– In de gaten houden hoeveel tijd het kind daadwerkelijk met huiswerk bezig is. Is dit teveel, kan er contact worden opgenomen met de
groepsleerkracht. Een belangrijke voorwaarde voor de motivatie van het kind is dat de ouders op een plezierige en ontspannen manier met
het huiswerk omgaan.
– Een briefje meegeven als het kind onverhoopt het huiswerk niet heeft kunnen doen. De school gaat er vanuit, dat dit slechts zeer
incidenteel zal plaatsvinden.
– Uitgaan van het principe ‘6 x 1 is meer dan 1 x 6’. Het kind leert dingen sneller door de leerstof vaker kort te herhalen, dan wanneer
hij/zij een keer langere tijd zit te ‘stampen’.
– Navragen bij het kind wat hij/zij hierover geleerd heeft op school. Op school leren leerlingen ook te ‘leren leren’. Deze
studievaardigheden (leertechnieken) kunnen ook toegepast worden bij het maken van huiswerk. Ouders kunnen hun kind helpen deze technieken
toe te passen.